Visie

Architectuur is iets werelds, alledaags en menselijks. Ieder mens is verbonden aan een ‘thuis’, aan geborgenheid. Een plek waar men zich veilig voelt. Deze stelling is voor mij één van de eerste basisgedachten over architectuur. Dit hoeft niet alleen de plek te zijn waar men woont, maar ook de plek waar men goed functioneert. Waar het goed vertoeven is. Architectuur kan bepalend zijn voor hoe wij leven, hoe de maatschappij in elkaar zit. Maar ook andersom bepaalt de maatschappij en de dagelijkse tendensen hoe architectuur wordt vormgegeven. Dit betekent niet dat het esthetisch verantwoord leven is. Of zelfs functioneerbaar leven. Het gaat om de mens. Met dit als uitgangspunt nemende, is het mijn ambitie om met deze instelling mijn carrière voort te zetten.

Architectuur gaat om mensen en de ontmoeting van mensen. Zonder de interactie tussen mensen bestaat er geen architectuur. Architectuur is dan niet meer als een doos ter bescherming van de elementen van de natuur. Architectuur is meer dan dat, het is het creëren van de ruimte voor de ontmoeting van de mens.

Architectuur uit het verleden die nu nog aanwezig is in de moderne wereld, getuigt van flexibiliteit en veelzijdigheid. Het feit dat het begrip flexibiliteit nu een modebegrip is, bewijst dat het nu als kwaliteit ontbreekt. Architectuur die zich niet aanpassen kan aan de noden van de gebruiker, heeft geen kwaliteit. Herman Hertzberger beschrijft in zijn boek op de beste manier hoe de structuur van de architectuur in elkaar zou moeten zitten:

Snede-lang_bewerkt_perspectief_AF

‘You could say that the warp’
blishes the basic ordering of the fabric, and in doing so creates the opportunity to achieve the greatest possible variety and colourfulness with the weft. The warp must first and foremost be strong and of the correct tension, but as regards colour it needs merely to serve as a base. It is the weft that gives colour, pattern and texture to the fabric, depending on the imagination of the weaver. Warp and weft make up an indivisible whole, the one cannot exist without the other, they give each other their purpose.’ 

Wat er dus op neerkomt dat een gebouw uit twee structuren moet bestaan, namelijk een basisstructuur en
een substructuur. De basisstructuur is niet aanpasbaar, maar de sub-structuur wel. Deze laatste bepaalt het uiterlijk en het gebruik van de architectuur. Ik vind het daarom ook van essentieel belang dat we terug op zoek gaan naar de basisstructuur van architectuur. Maar ook dat we meer de moeite moeten nemen deze basis terug te vinden en niet te slopen wat we denken niet meer te kunnen gebruiken. Dat we meer gebruik maken van wat de geschiedenis ons gegeven heeft. Vandaar mijn besluit om verder te specialiseren in monumenten- en landschapszorg.